VIS A VIS

Van Effen zwart en koninklijk van gestalte
gaat bij de magiër van de Da Costakade
menig stamgast voor zijn heil te rade
los van dorst of alcoholisch gehalte

als een pasja resideert hij op de toog
aanvaardt hij minzaam elke streling
ogenschijnlijk een en al verveling
alsof hij graag de zaak bedroog

paradeert hij feilloos tussen de glazen
vindt hij koning klant wel aardig
of neemt hij ons subtiel te grazen

ziet hij eigenlijk ons niet staan
keurde God ons één leven waardig
Vis mag zeven maal bestaan

 

18 juni 2010